Stationsgebied Rotterdam the place to be

Omschrijving

De afgelopen tien jaar maakte het Rotterdamse stationsgebied een ware metamorfose door. Een nieuw centraal station en een prachtig openbaar gebied. Nieuwe functies voor bestaande kantoorpanden, zoals flex offices aangevuld met hippe horeca in de ‘plinten’. En naast nieuwkomers ook veel startende bedrijven. Kortom, Rotterdam Central District is ‘in’.

“Central District is een mooi voorbeeld van hoe een gebied van stilstand en achteruitgang transformeert naar kansen en mogelijkheden”, zegt Jan-Cees Blok. Hij is als project manager betrokken bij de aanbesteding van twee ontwikkellocaties in het gebied.

Veel vertrouwen
De voorbeelden zijn legio, vult Kees van Oorschot aan. Het voormalige Shell-gebouw aan het Hofplein is bijvoorbeeld gekocht en opgeknapt door een Tsjechische belegger. Nu zit er Spaces in, dat flexplekken aanbiedt. “Het is een hele leuke plek geworden”, zegt de procesmanager Rotterdam Central District. Dezelfde ontwikkelaar/belegger wil nu ook met het naastgelegen gebouw aan de slag. “Er is al een potentiële huurder voor. Er is veel vertrouwen in de markt.”

Interactie met omgeving
In het oude Nauta Dutilh-gebouw is Premier Suites opgeleverd, een shortstay-hotelconcept. De plint van het gebouw is opgeknapt met onder meer de hotelentree en een koffiebar. Hierdoor wordt het straatbeeld aantrekkelijker. Van Oorschot: “Dat geldt ook voor het Marriot Hotel waar we nu zitten. Vroeger was dit een vrij kale hal, nu kan je hier overal zitten. Het is een ontmoetingsplaats geworden, er is meer interactie met de omgeving.”

Fijne neus
Van Oorschot: “Delftse Poort is ook zo’n pand. De renovatie loopt nu. De plint moet beter. Het is nu al tot de derde verdieping open, maar niemand weet dat, omdat de plint gesloten is. Verderop aan het Weena zie je die ontwikkelingen al plaatsvinden, met name door de komst van nieuwe horeca.”
Blok: “De medewerkers van de bedrijven vragen daar ook om. En, in het kader van gebiedsontwikkeling, geldt eigenlijk dat horeca altijd wel een fijne neus heeft voor de goede plekken.” Central Post, het oude, herontwikkelde postsorteergebouw, loopt goed. “Het is een topgebouw. Gebouwen met langgerekte, grote vloeren zijn weer in trek. Ze zijn ideaal voor flexplekken”, zegt Van Oorschot.

Cambridge Innovation Center
Er is veel leegstand geweest door de crisis. Bedrijven vertrokken, of werden kleiner. Of ze hadden minder ruimte nodig, bijvoorbeeld vanwege de opkomst van de flexplekken. Van Oorschot: “Nu is veel herontwikkeld en weer opgevuld. Het Groot Handelsgebouw is na een renovatieronde weer goedverhuurd. Een belangrijke ontwikkeling was de komst van Amerikaanse Cambridge Innovation Center (CIC). Het was de eerste buitenlandse vestiging voor deze Amerikaanse incubator. Ze zijn zeer succesvol en breiden al weer uit, binnen het gebouw. Daarnaast trekken ze ook nieuwe bedrijven.”

Jan-Cees Blok: ‘In het kader van gebiedsontwikkeling geldt eigenlijk dat horeca altijd wel een fijne neus heeft voor de goede plekken.’

Innovatiegedachte koesteren
Blok: “Dat is de reden dat we die innovatiegedachte in Central District koesteren.” Van Oorschot: “De mix van gevestigde bedrijven en kleine, creatieve ondernemers is hiervoor belangrijk. Kijk naar Schieblock, waar veel van dat soort bedrijven zitten.” Het succes levert ook vragen op, zoals: kunnen ze daar blijven zitten, of moet ze naar elders. En kan je dan het innovatiemilieu in stand houden?” De stedenbouwkundige uitwerking van het gebied loopt. Van Oorschot: “Wat kunnen we toevoegen, vervangen of slopen? Behouden we de jaren 50 panden, waar voegen we woningen toe?”

Kees Van Oorschot: “Voorheen was dit gebied een echte kantoorzone. We zoeken nu manieren om woningen toe te voegen in de gebouwen en nieuwe ontwikkelingen in het gebied. Hierover lopen gesprekken met de diverse stakeholders.”

Vier grote ontwikkellocaties
Op dit moment zijn er vier grote ontwikkellocaties in Central District. Drie van de gemeente en één van een particuliere ontwikkelaar: Weenapoint. Blok is nu bezig om de aanbestedingen voor de locaties Delftseplein en Conradstraat in de markt te zetten. Er is een marktconsultatie geweest die de gemeentelijke visie bevestigt om er gemengde functies onder te brengen: wonen, werken, horeca. Blok: “Er is veel belangstelling. Eind dit jaar brengen we waarschijnlijk eerst één locatie op de markt.” Beide locaties zijn greenfield locaties met een bandbreedte van 35 tot 45 duizend vierkante meter bruto vloeroppervlak. Blok: “We dagen de markt uit om met een innovatief voorstel te komen dat bijdraagt aan de kwaliteit van het gebied, de innovatiegedachte, de gewenste mix aan functies en de leefsfeer.”

“Vorig jaar hadden we het er over dat we klaar zijn voor de ‘volgende fase’. Dat is nu, met de start van de tenders voor Delftseplein en Conradstraat. En we zijn bezig met ideevorming en gesprekken voor de andere locaties”, sluit Van Oorschot af.

Jan-Cees Blok: “We zijn ook erg trots op onze buitenruimte. Kijk naar de rode loper; het natuursteen dat vanuit het station doorloopt tot de Westersingel. Maar ook de gazons en bankjes, waar mensen nu bij mooi weer verblijven. Vroeger wilde je zo snel mogelijk weg uit het stationsgebied. Dat is nu wel anders. Het begint een volwassen gebied te worden. We houden het onderhoud ook op topkwaliteitsniveau. De buitenruimte is integraal onderdeel van het project.”

 


Neem contact op