Binnenhavens moeten werk maken van digitalisering

Omschrijving

Binnenhavens moeten werk maken van digitalisering

De Europese binnenhavens hebben de wind in de rug, zegt Alexander van den Bosch van European Federation of Inland Ports (EFIP). Kansen liggen er op het gebied van de nieuwe economie: circulaire economie en biobased economy. Uitdagingen zijn er ook: de transitie naar verduurzaming, vergroening en het inzetten op slimme innovatie, digitalisering en automatisering.

EFIP is de Europese koepelorganisatie voor binnenhavens en deze vertegenwoordigt bijna tweehonderd havens uit zestien lidstaten, plus Zwitserland en Oekraïne. Servië is aangesloten, als waarnemend lid. Van den Bosch: “Wij zijn sinds 1994 dé gesprekspartner voor EU-instellingen. Het is heel belangrijk om daar aan tafel te zitten. We zijn daarnaast ook agenda settend.”

Cruciaal
“Binnenhavens worden steeds belangrijker als multimodaal knooppunt in de regionale economie. Het zijn cruciale hubs op de internationale corridors en interfaces tussen land- en zeetransport. Ook voor de concurrentiepositie van zeehavens richting hun achterland zijn de binnenhavens cruciaal. Daarnaast trekken binnenhavens industrie aan en zijn ze een interface tussen vervoer over korte en lange afstand.”

Economische slagader
“Nederland onderscheidt zich wel ten opzichte van Europa. Dit komt vooral door de sterke geografische positie van Nederland aan de Rijn, de nabijheid van grote zeehavens en sterke industriële clusters in het achterland. Daardoor is aandeel van de binnenvaart in de modal shift in Nederland met 47 procent ver boven het gemiddelde van zeven procent in Europa. In Nederland is de sector dus sterk gepositioneerd en een economische slagader met een toegevoegde waarde van 12,6 miljard euro. Je ziet steeds meer dat zeehavens inzetten op achterlandverbindingen en samenwerken met de binnenhavens is daarin essentieel.”

Integraal naar logistiek kijken
Nederland loopt voorop vanwege de dichtheid van het netwerk. “Maar ik denk dat het ook komt omdat men Nederland integraal naar logistiek kijkt en het coöperatief benadert. Dat gebeurt elders misschien ook wel, maar in Nederland is dat dominanter. Ik zie een tendens waardoor binnenhavens nog steviger gepositioneerd worden als synchromodale oplossing in de keten door verdergaande netwerkvorming, het efficienter bundelen van krachten en vracht en de uitwisseling van informatie. In Europa zie ik ook grensoverschrijdende samenwerkingen ontstaan, zoals het netwerk van Boven-Rijnhavens.”

“Het delen van informatie staat hier centraal om zo de keten efficiënter en effectiever in te richten. Dat is gelijk ook een van de grootste uitdagingen voor de toekomst: de digitalisering. Dat is een absolute voorwaarde om competitief te zijn. Vergroening van de sector is een andere uitdaging, evenals automatisering.”

Digitalisering
“Heel veel spelers in de keten hebben een deel van de informatie. Delen van de informatie is efficiënter dan één speler met alle informatie. Door integrale samenwerking komen alle spelers een stap verder. Denk aan zaken als: waar is mijn vracht of container, wat is het waterpeil, welk onderhoud is er nodig. Dat gebeurt al wel, de echte uitdaging is om het grensoverschrijdend te gaan doen volgens een uniforme standaard. Het kan wel! Een uitstekend initiatief hieromtrent vind ik het COMEX project waarmee op een geharmoniseerde manier RIS op corridorniveau en in 13 lidstaten wordt geïmplementeerd. Zonder digitalisering en innovatie bereik je geen vooruitgang. De vraag is ook: wat is het gemeenschappelijk belang? Op welke manier kun je van competitie naar een integraal samenwerkingsmodel waar iedereen wat aan heeft? Nu denkt men nog te veel in silo’s. Digitalisering is een belangrijk instrument maar tegelijk misschien ook wel de katalysator.”

Mogelijkheden en bottlenecks
“Nieuwe marktmogelijkheden liggen er op het gebied van circulaire economie en biobased economy. Door de aard van de aanwezige activiteiten zijn de havens als het ware niet meer alleen concessieverlener, maar meer en meer ‘matchmakers’ die zowel de producerende als verwerkende industrieën bij elkaar brengen. Denk aan rest- en afvalstromen die er vaak ter beschikking zijn, evenals potentiële afnemers ervan; dit leidt tot nieuwe marktmogelijkheden. Bottlenecks zijn er ook. Bij harde infrastructuur moet je dan denken aan waterpeil, sluizen, aanmeerplaatsen, het onderhoud aan de waterwegen en de capaciteit van de haven en de services. Aan de andere kant gaat het om de genoemde digitalisering en standaardisatie en het gebrek aan uniforme regels om een gelijk speelveld te creëren. Daarom juich ik vooral vraaggestuurde en innovatieve, bottom-up projecten toe die bruggen weten te slaan tussen disciplines en de verschillende doelgroepen. Dat integrale samenwerking ook logistieke processen in havens kan optimaliseren laat het grensoverschrijdende ‘Upper Rhine traffic management system’ met het ICT-platform dagelijks zien. Ook het afgeronde EU project Connecting Citizen Ports 21’, dat 7 Europese havens bindt, leidde door kennisdeling tot een bruikbare toolbox voor andere havens bij integrale stads/haven ontwikkeling. Zo zijn er vele voorbeelden. Er lopen nu budgetdiscussies op Europees niveau. Er staat druk op de transportbudgetten. Wij pakken dan onze rol en vragen om een hoger budget om de bottlenecks aan te kunnen pakken.”

Krachten bundelen
“Er is steeds meer ondersteuning en aandacht vanuit Europa voor de binnenhavens. Wij houden dat wel continu in de gaten zodat we op tijd kunnen voorsorteren en het onderwerp voor het voetlicht brengen. Vergeleken met veel andere koepelorganisaties zijn wij een kleine speler, maar we zijn wel efficiënt. Wij zoeken graag de samenwerking, bijvoorbeeld met ‘zuster’ organisaties als Inland Navigation Europe (INE), European Barge Union (EBU) en de European Skippers Organization (ESO). Zo kun je samen de krachten bundelen en kritische massa inbrengen. 2018 wordt een belangrijk jaar. Het is het jaar van de multimodaliteit. Dit jaar verwachten we het een en ander aan nieuwe wet- en regelgeving. We organiseren daarom in november in het Europees Parlement in Straatsburg een belangrijk evenement waarin we het belang van de binnenhavens nog eens stevig voor het voetlicht brengen. De nationale koepels, zoals de Nederlandse Vereniging voor Binnenhavens (NVB) zorgen voor input.” 

Gesprekspartner
“Belangrijk is dat we een organisatie zijn die vrijwel alle lidstaten vertegenwoordigt, maar ook van daarbuiten. Ook zeehavens haken aan en het netwerk breidt zich nog steeds uit. Daarnaast zijn de binnenhavens toegevoegd aan het Trans-European Transport Network (TEN-T). Dit zijn belangrijke transportverbindingen over de landsgrenzen heen om de economie en werkgelegenheid te stimuleren. Ook het feit dat EFIP onder een dak zit met de koepelorganisatie voor zeehavens (ESPO) vind ik een succes. Men weet ons goed te vinden in Brussel, we zijn bekend en worden gevraagd als betrouwbare gesprekspartner en zijn met recht het Europese aanspreekpunt voor binnenhavens.”

“De tol in Duitsland, de noodzakelijke vermindering van de CO2 uitstoot, de congestie op de wegen; daar kunnen de binnenhavens de vruchten van plukken. De wind waait de goede kant op en dat moet ook, want het aandeel van de binnenvaart van 6,7 procent moet omhoog. Daarvoor moeten we de bottlenecks aanpakken. Een integrale aanpak in de logistieke keten is daarvoor cruciaal.


Neem contact op